1 rol bladerdeeg
2 appelen
125 g boter
2 eieren
125 g amandelpoeder
75 g suiker
1 el bloem
3 el abrikozenconfituur
2 dr amandelessence
1 tl vanille extract
Schil de appelen en snij ze in fijne halvemaantjes.
Smelt de boter. Mix met de suiker en de eieren. Voeg beetje bij beetje het amandelpoeder, amandelessence, vanille en de bloem toe.
Leg 1 vel uitgerold bladerdeeg met het bakpapier in een grote taartvorm (Ø 28 à 30 cm). Druk het deeg goed aan en prik er een paar keer in met een vork.
Overgiet met de botermengeling.
Schik de appelen dakpansgewijs van het midden naar de rand van de taart toe.
Schuif de taart in een op 180 °C voorverwarmde oven gedurende 45 min
Verwarm de abrikozenconfituur en verdeel over de appelen