De naam tutti frutti klinkt vrolijk en exotisch. Letterlijk betekent het in het Italiaans “alle vruchten”. En eigenlijk vat dat meteen mooi samen wat tutti frutti is: een heerlijke mengeling van allerlei soorten fruit. In veel landen kennen ze tutti frutti vooral als een kleurrijke ijssmaak, met bijvoorbeeld kersen, ananas, rozijnen en andere stukjes fruit. Maar bij ons in België en ook in Nederland betekent tutti frutti iets helemaal anders. Hier gaat het om een compote van gedroogd fruit. Rozijnen, krenten, abrikozen, pruimen, dadels en vijgen worden zachtjes gekookt tot een heerlijk zoet en geurig geheel. Je kunt het als dessert eten, maar het kan ook verrassend goed bij een hartig gerecht. Voor mij heeft tutti frutti vooral iets ouderwets en gezelligs. Het is zo’n gerecht dat je misschien niet elke week meer op tafel zet, maar dat meteen herinneringen oproept aan de keuken van vroeger. Een eenvoudig gerecht, gemaakt met gedroogd fruit, maar met veel meer smaak dan je op het eerste gezicht zou verwachten. En misschien is dat wel het leuke aan tutti frutti: een handvol gedroogd fruit, wat geduld en je hebt een dessert dat nooit uit de mode raakt.
180 g suiker
20 g vanillesuiker
4 eieren
100 ml olie
220 g Bloem
1 zakje bakpoeder
1 snuif zout
150 gr tutti frutti
1 el bloem
Voorbereiding
Verwarm de oven tot 180°
Het deeg
Mix de suikers met de eieren tot een luchtige massa.
Voeg de olie toe en meng.
Voeg de bloem, bakpoeder en zout toe en meng tot een romig geheel.
Bebloem de tutti frutti en meng onder het deeg.
Bak voor 55 minuten in een oven van 180°. Controleer met deegnaald of deze droog uit de cake komt.
Versier naar believen